Ga naar de inhoud
Reportage op openingsdag

'Het WK is begonnen, maar wij zijn hier niet om te feesten'

Alex uit Sri Lanka werkt voor 250 euro per maand: 'Ik kijk geen voetbal' Beeld © Matthijs Voortman

Op de dag dat het WK begon, ging onze verslaggever kijken hoe de bevolking van Qatar echt naar het WK kijkt. Wat klopt er van de verhalen en wat niet? In het superluxe winkelcentrum hebben ze er zin in. De arbeidsmigranten in een krottenwijk houden van voetbal. Maar kijken, dat kunnen ze niet. Een reportage op de openingsdag van het WK.

Eerst ga ik naar het winkelcentrum. Uber-chauffeur Jamal brengt me erheen. Hij komt uit Nepal. De voetbalfans nemen bijna geen taxi, klaagt hij. Ze gaan allemaal met de nieuw aangelegde metro-netwerk dat alle WK-stadions met elkaar verbindt, zegt hij.

Jamal houdt van voetbal. Heel graag zou hij naar de wedstrijden kijken. Een ticket kopen is onmogelijk, lacht hij: "Dat kost wat ik in een maand verdien." Naar de fanzone gaan om op grote schermen te kijken, kan ook niet. "Daar heb je een speciale app voor nodig die voor ons arbeidsmigranten niet te krijgen is." Deze fanzones zijn bedoeld voor buitenlandse fans, Qatari en expats.

Frans paleis

Ook op tv kijken is geen optie voor Jamal want hij heeft net als de meeste migranten geen televisie. "Kent u een website waar je gratis kan kijken?", vraagt hij terwijl we de wijk Lusail inrijden. Alles is nieuw en brandschoon in Lusail dat speciaal is gebouwd voor het WK. Ook het enorme winkelcentrum Place Vendome. "Veel plezier meneer bij de voetbal", zegt Jamal bij de ingang van de luxe shopping mall, gebouwd met een Frans paleis als voorbeeld.

Een Keniaanse bewaker roept grappend 'welkom in mijn huis' tegen drie Ecuadorianen in gele voetbalshirts. Ze gaan even wat eten voor ze straks naar het stadion gaan voor de wedstrijd van hun land tegen Qatar. De openingswedstrijd van dit WK. Ze hadden gehoord dat je in de mall goede restaurants hebt.

Overal om je heen zie je marmer en glas. Uiteraard airco. Vier verdiepingen met honderden merkwinkels en te dure restaurants. Behalve de Keniaanse beveiligers en hier en daar een plukje voetbalfans, zijn hier Qatari aan het shoppen, te herkennen aan hun witte thobe (mannen) en zwarte abaya (vrouwen). Die zie je overigens nergens samen.

'Van kritiek weten we niks'

Twee jongens in thobe zeggen eerst dat ze geen Engels kunnen maar als ze een lijstje met vragen in Arabisch over voetbal zien op mijn telefoon, gaan ze los in vloeiend Engels. "Qatar voetbalt goed. Ze hebben een nieuw team en de spelers zijn allemaal in Qatar opgeleid."

De jongens denken dat Qatar gaat winnen vanavond, ook van Nederland, lachen ze. Nu er ontspanning is, vraag ik hen wat ze vinden van de kritiek op het toernooi en op hun land. Dan weer serieus: "Daar weten we niks van. Je bent toch niet aan het opnemen hè?" Ik zeg dat ik dat niet doe, maar doe het wel om later goed te kunnen opschrijven wat ik hoor.

Qatari Mohamed, ook in wit gewaad, die net een Armani-winkel uitkomt, wil wél wat zeggen over de kritiek. Hij heeft in Engeland gewoond, daar is het allemaal niet veel beter hoor dan hier, zegt hij.  "Jullie hebben het over mensenrechten, maar bij jullie slapen mensen op straat in de kou."

Dat er duizenden doden zijn gevallen bij de bouw van stadions en de metrostations zet hij weg als pure leugens. Hij benadrukt liever hoe trots hij is op Qatar. "Wij laten zien aan de wereld wat we kunnen. Kijk met je eigen ogen wat we hier hebben neergezet voor je met kritiek komt", zegt hij bijna boos. Ik knik ja zodat ie weer rustig wordt.

Dat 'laten zien aan de wereld' is precies de reden dat Qatar al sinds de jaren negentig alles uit de kast trekt om dit toernooi te organiseren. En dan ook echt alles. 200 miljard dollar kostte het bij mekaar. Daar krijgen ze wel wat voor terug, ook na het WK, hopen ze, zoals toeristen en investeerders.

Vooral trots

Maar tot nu toe pakt het nog niet lekker uit. Tenminste, dat vinden wij in Nederland en een paar andere westerse landen. Daar gaat het meestal niet over hoe mooi het hier is. In Qatar zelf maar ook in de omliggende golfstaten zijn ze vooral trots. 

Zo ook Rachid uit Koeweit. Hij loopt in een Qatar-shirt door het winkelcentrum. "Het eerste WK in onze wereld, hoe mooi is dat. Schrijf dat maar op", zegt hij. Hij is erbij tijdens de openingswedstrijd. Daarna vliegt hij weer terug naar Koeweit. Zo gaat hij drie keer op en neer voor  het WK.

Genoeg gezien in dit overdadige gebouw. Maar eens ergens anders kijken. De taxi brengt me naar de plaats al-Khor waar ook het al-Bayt stadion ligt waar vanavond de wedstrijd is. "Gaat u niet naar het stadion", vraagt de taxichauffeur als hij verbaasd ziet dat mijn bestemming een industriegebied iets buiten de stad is.

Ik word afgezet in het Al Khor Workers Sports Complex, waar een pleintje met hekken eromheen provisorisch is ingericht als een soort WK-fanzone. Maar er is bijna niemand. Alleen argwanende beveiligers die op me af komen. "Wat doe je hier?" Een van hen maakt foto's van mijn accreditatie. Snel delete ik mijn laatste tweets, als ik hem zie googelen op mijn naam. "Je mag hier geen foto's maken", zegt een van hen.

Als hij me nogmaals vraagt wat ik hier doe, lieg ik dat ik hier veel blije buitenlandse fans had verwacht waar ik over wil schrijven. "Ik ga maar ergens anders heen", zeg ik en ik ga er snel vandoor. Gelukkig komen ze me niet achterna.

Meer dan de Aziaten

Iets verderop staat een Oegandese bewaker bij een supermarkt in aanbouw. Ik spreek hem aan. Hij is vrolijk, vertelt over zijn familie en zijn kindje die hij al een tijd niet gezien heeft. Hij probeert op zijn telefoon naar voetbal te kijken, zegt hij, maar is vooral aan het werk tijdens het WK. Hij verdient 500 euro per maand, zegt hij. "Veel meer dan de Aziaten die daar wonen", wijzend naar een krottendorp aan de overkant van de weg.

Ik loop erheen en het is lastig om binnen te komen. Ik kruip door de opening van een hek. Er zitten wat mannen en vraag hen hoe het gaat. Ook zij doen of ze geen Engels kunnen spreken. Een ervan, Alex uit Sri Lanka, staat voor me op en zegt dat ik moet gaan zitten.

Langzaam komen ze los. Er komen steeds meer bij, allemaal bouwvakkers, begrijp ik. Alex wijst naar een wat schuchtere man. "Hij heeft het stadion gebouwd waar ze spelen vanavond." De anderen bouwden vooral huizen en hotels, zo blijkt.

Alex vraagt of ik christen ben en hij wijst naar het kruis dat op zijn arm is getatoeëerd. Ik knik half ja, half nee, maar hij neemt er genoegen mee. "Wij hebben het best goed hoor", geeft hij toe. Als ik hem vraag waarom, zegt hij dat ze sinds kort nog maar acht uur per dag werken. En dat ze niet meer op het heetst van de dag hoeven. Qatar heeft de regels iets versoepeld, en voor deze mannen heeft dat gunstig uitgepakt, zo lijkt het. 

Maar niets alles is goed. "Het salaris is heel laag", zegt een man uit Bangladesh. Het kost me enige moeite om te vragen hoeveel, maar ik wil het toch weten. De mannen kijken elkaar een beetje aan. Ze vinden mijn aanwezigheid interessant, maar zijn ook op hun hoede. Alex doorbreekt de stilte: "1000 riyal", zegt hij. Dat is ongeveer 250 euro. "Het is niet veel. Maar we werken voor onze arme families in onze landen, niet om lekker feest te vieren."

Bloed spugen

Een ander, die al zes jaar in Qatar is, vult aan. "Het is wel meer dan bij veel andere bazen hoor." De rest knikt.  Op de vraag of ze ook naar een andere baas mogen overstappen, krijg ik vage antwoorden. Zoals: "Ik blijf hier nog twee jaar."

Ze kennen de verhalen over zieke en dode bouwvakkers wel, zeggen ze. "Ik zag iemand bloed spugen op de bouwplaats. En iemand viel van een steiger, ik weet niet hoe het met hem gaat." Een ander: "Ja, ons werk is niet gezond. Maar we zijn blij." Als ik doorvraag, blijken ze vooral blij met het beetje geld dat ze naar hun families kunnen sturen. Niet met de omstandigheden.

Alex laat zijn kamertje zien. Er staan vier bedden. Alles is oud en verroest. Het stinkt. "Ja, hier slapen we", zegt hij alsof hij mijn gedachten kan lezen. Het is echt een krot. Ik vraag of ik er een foto van mag maken, maar dat heeft hij liever niet. Wel van ons, zegt hij. Een paar mannen poseren met tegenzin. Ik hoor ze denken: wat komt deze witte man hier toch doen? "Ga je een film maken over ons?", vraagt er een. Ik zeg dat ik een stuk ga schrijven over hoe het WK wordt beleefd in Qatar, niets aan gelogen.

"Wij gaan niet kijken hoor", zegt Alex. De man die naast hem staat zegt: "Ik hou van voetbal, dus zou het wel willen zien. Heeft u een kaartje?" Ik zeg dat ik voor mijn werk moet kijken. "U heeft mooi werk", antwoordt hij.

Als ik met een brok ik mijn keel afscheid neem van deze mannen, zeggen ze bijna in koor: "Veel geluk meneer."

Ok, even omschakelen weer. Met de taxi naar het stadion waar de openingswedstrijd zo gaat beginnen. Ik twijfel of het wel nodig is om nog te gaan voor mijn verhaal. Ik ben er inmiddels achter hoe het WK wordt beleefd in Qatar. 

Belofte

Bij het stadion is het feest. Op spandoeken zie ik een Arabische tekst. Ik vraag een suppoost wat het betekent. "We houden onze belofte", staat erop. De belofte van Qatar dat het een fantastisch WK gaat worden, legt hij uit.

Een fantastisch WK. Het is maar net aan wie je het vraagt.

Het WK bij RTL Nieuws

RTL Nieuws volgt Oranje op het WK voetbal, een van de grootste evenementen ter wereld. We doen verslag van alle gebeurtenissen rondom het Nederlands elftal, maar uiteraard ook van de schaduwkanten van het toernooi in Qatar, zoals de behandeling van arbeidsmigranten en de rechten van vrouwen en de lhbti-gemeenschap.

Op deze WK-pagina vind je artikelen en video's, maar ook het programma van alle wedstrijden. Het WK begint op 20 november, op 18 december is de finale.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore