Ga naar de inhoud
Zondaginterview

Geen WK spelen, maar pakketjes bezorgen: 'Hoeveel pech kun je hebben?'

Wellington op het trapveldje waar hij vroeger altijd voetbalde. Beeld © Renske Holwerda / RTL Nieuws

Wellington Verloo. Grote kans dat die naam je niets zegt. Hij was voorbestemd om een groot voetballer te worden. Buitenlandse clubs wilden hem hebben en hij speelde in jeugdelftallen van Oranje, met onder anderen Frenkie de Jong en Steven Bergwijn. Jongens die nu op het WK in Qatar spelen. Wellington had daar ook kunnen staan, zegt hij. "Soms denk ik weleens: hoeveel pech kan iemand hebben?"

21 mei 2014. Het Wilhelmus klinkt vlak voor de finale van het EK voetbal onder 17 jaar. Rillingen over zijn lichaam. Wellington Verloo draagt het oranje shirt met trots. Heel veel trots. Zo'n grote finale spelen voor je land, daar heeft hij niet eens van durven dromen. Oranje, met Wellington in de basis, verliest de finale van Engeland. Na strafschoppen. Dat is een teleurstelling.

Maar nu, ruim acht jaar later, is het moment dat de Franse oud-topvoetballer Michel Platini de zilveren medaille om zijn nek hangt, nog steeds het hoogtepunt uit zijn voetbalcarrière. En dat zal het blijven, want Wellington (nu 25 jaar) voetbalt niet meer. Nooit meer.

Hoe anders had het kunnen lopen.

Wellington werd in 1997 geboren in de krottenwijken van de Braziliaanse stad Recife. Zijn ouders konden niet voor hem zorgen. Op zijn vijfde zat hij samen met zijn broertje Washington in het vliegtuig naar Nederland. "Ik kan me eigenlijk niets meer herinneren van die tijd", zegt Wellington. "Pas vanaf het moment dat ik in het vliegtuig zat, weet ik alles."

'Je hoort er net niet bij'

Hij wil weten wie zijn natuurlijke ouders zijn en wat hij van hen heeft overgenomen. Wellington heeft niets van hen, geen foto's of andere aanknopingspunten. Hij wil naar ze op zoek. "Ik heb het er steeds vaker over. Je mist altijd iets."

Wellington kwam met zijn broertje in een rijtjeshuis in het Gelderse Bennekom terecht. In datzelfde huis doet hij nu zijn verhaal. Hij had een gelukkige jeugd bij zijn adoptieouders, vertelt hij. "Hoewel ik niet de makkelijkste was. Ik luisterde niet, was eigenwijs, en school vond ik maar niks."

Wellington wilde maar één ding: voetballen. Na school op het trapveldje in de buurt met vrienden. Elke dag. "Als de lantaarnpalen aan gingen, moest ik naar huis, maar dat deed ik eigenlijk nooit."

"Ik was gewoon gelukkig als ik voetbalde, op het trapveldje of bij de club, dat maakte niet uit."

Wellington en zijn broertje Washington – het werd al snel Welly en Washy – waren de enige donkere jongens in het dorp. Op de velden van VV Bennekom viel Welly op door zijn talent. Al had hij dat zelf niet echt in de gaten. Ooit profvoetballer worden? Of in Oranje spelen, waar veel jongens en meisjes van dromen? Daar dacht hij toen helemaal niet aan. "Ik was gewoon gelukkig als ik voetbalde, op het trapveldje of bij de club, dat maakte niet uit. Als ik maar kon spelen."

Zelfs toen profclub Vitesse zich meldde, was het nog niet in hem opgekomen dat hij ooit zijn geld zou kunnen verdienen met voetballen. "Lekker man." Dat was het. Lekker om te kunnen voetballen bij Vitesse, tegen grote clubs als PSV en Ajax.

Ook doordat hij klein was, was hij niet gelijk de sterspeler. Dat kwam toen hij wat ouder was. Eerst als aanvaller, maar later op het middenveld en in de verdediging. "Eigenlijk kon ik overal wel goed uit de voeten", zegt hij met een grote glimlach. Als hij terugdenkt aan die mooie zorgeloze tijd wordt hij blij. Hij werd eerder van school gehaald om te kunnen trainen bij Vitesse. "Mijn vriendjes in Bennekom waren echt heel trots op me." Vriendjes met wie hij nog altijd elk vrij uurtje voetbalde op het trapveldje.

Het EK! 'Gruwelijk'

Oranje kwam. Voetballen voor Nederland in jeugdteams, met onder meer Frenkie de Jong, Abdelhak Nouri, Steven Bergwijn en Donny van de Beek. Eerst een paar oefenwedstrijden. En toen kwam het Europees Kampioenschap voor jongens onder de 17 in 2014, in Malta.

Wellington was daarbij. Dat was 'gruwelijk', blikt hij terug. "Ik weet alles nog. We waren zo goed, we hadden het toernooi kunnen winnen", zegt hij overtuigd.

Bij Vitesse zat hij op z'n 18de tegen het eerste elftal aan, buitenlandse clubs wilden hem hebben en hielden hem goed in de gaten. Niets leek een toekomst als profvoetballer in de weg te staan. Bijna niets.

De eerste keer dat het misging.

Hij weet het nog precies. Alsof het gisteren gebeurde, beschrijft hij hoe hij zijn rechter kruisbanden scheurde. Het was tijdens een oefenwedstrijd. Met zijn handen wrijvend over zijn knieën – alsof ie ze beter wil maken – vertelt hij over dat moment: "De bal werd geblokkeerd door een speler van de tegenpartij en vloog omhoog. Ik stond met m'n gezicht richting de bal die over me heenging. Ik draaide me om en wilde de bal aannemen, maar tijdens het draaien voelde ik pijn. Heel veel pijn. Ik schreeuwde het uit."

'Ik zat er zo dichtbij'

Door één verkeerde beweging. Hij moest geopereerd worden en een jaar revalideren. Net nu zijn echte doorbraak nabij was. Het werden zelfs achttien maanden, omdat hij op krukken nog een keer viel en opnieuw moest worden geopereerd. Hij slikt, wacht een paar seconden en zegt: "Het was kut man. Je ziet je teamgenoten buiten voetballen en jij zit binnen om krachttraining te doen."

Maar Wellington is een doorzetter. Geen seconde dacht hij aan stoppen. Dat hij niet kon voetballen, maakte hem gek. "Ik was niet gelijk bang voor mijn toekomst, maar ik wilde gewoon lekker voetballen. Op het hoogste niveau, ik zat er zo dichtbij. Dat gaf me de kracht om door te gaan." Er was niets anders dan voetbal in zijn leven.

Daarom was het 'ontzettend lekker' toen hij weer kon en weer mocht. Eerst trainen en toen de eerste echte wedstrijd bij Vitesse. "Ik was dolgelukkig."

Maar toen. De tweede keer dat het misging.

Het ongelooflijke gebeurde in die wedstrijd. Wellington scheurde de kruisbanden van zijn andere knie af. "Hetzelfde gevoel als de eerste keer. Mijn goeie knie werd dik en ik wist genoeg. Mijn wereld stortte in. Opnieuw. Ik schreeuwde het uit: hoe kan dit?"

Antwoord op die vraag kreeg hij niet. Ongeloof bij zijn team, zijn familie. Niemand snapte het. Nee, geen zwakke knieën, gewoon domme pech. Heel veel pech, fluistert hij.

Weer zonder voetbal

Weer revalideren. Weer die lange weg. Weer zo lang zonder zijn liefde voetbal. Maar ook weer dezelfde positieve instelling. "Ik wilde weer terugkomen. Het kon niet zo zijn dat het hier stopte." Dit keer waren het twaalf lange maanden revalideren. Ook Vitesse bleef vertrouwen in hem houden en verlengde zijn contract.

Weer een nieuwe start. Met angst, dat wel. "Ik kon gelukkig nog voetballen en had wel vertrouwen, maar onbewust ben je wel wat voorzichtiger. Je wilt niet dat het nog een keer gebeurt." 

Toch… echt waar… de derde keer dat het misging.

De jongens met wie hij eerder voetbalde, hadden niet stilgestaan. En er waren fitte jongens bijgekomen, ook voor de positie waarop Wellington speelde.

Hij moest vechten voor zijn plekje. In een oefenwedstrijd waar hij de kans kreeg om zich te laten zien, waren het opnieuw de kruisbanden van zijn linkerknie die knapten. Pats. Wat kun je dan nog zeggen? "De artsen verzekerden me ook na deze keer dat ik geen slechte knieën heb. Het was weer gewoon pech. Echt pech." Hetzelfde ongeloof.

Nog één keer proberen

Hetzelfde verhaal. Maar dit keer verlengde Vitesse zijn contract niet. "Logisch. Het was een risico om met mij door te gaan." Wellington begon zelf ook wel te twijfelen. "Dacht dat het gewoon niet zo mocht zijn." De steun van zijn ouders trok hem over de streep om het nog één keer te proberen.

Bij de KNVB in Zeist kon hij revalideren en trainen, samen met andere jongens zonder club. Ook het Nederlands elftal trainde daar. Hij ontmoette  Memphis Depay, Steven Bergwijn, Frenkie de Jong, de jongens met wie hij eerder zelf in Oranje speelde. Ze vroegen wat hij daar deed. Wellington legde het uit. "Ze zeiden dat ze het echt zonde vonden. Ook veel ongeloof."

De ambitie om ooit nog met hen in het grote Oranje te spelen, was weg. Wellington zou blij zijn als hij nog op niveau zou kunnen spelen. Bij de Canadese profclub Toronto FC ging hij op proef. Ze waren tevreden, maar Wellington liep daar een kleine blessure op. Weinig aan de hand. "Ik ging naar Nederland om behandeld te worden. Een dag voor ik weer terug zou vliegen naar Canada, ging daar de lockdown in vanwege corona." Wellington kon geen kant op.

De strenge lockdown duurde in Canada langer dan in Nederland. Nu hij eindelijk blessurevrij was, wilde hij ook spelen. Hij kon naar Gibraltar, trainde daar een paar dagen mee, maar sloeg een aanbieding af. "Het niveau was echt te laag en ik zou bijna niets verdienen. Het ging me net te ver. Ik moest ervan leven."

De vierde keer. De genadeklap.

Uiteindelijk kwam hij bij amateurclub IJsselmeervogels terecht, waar hij een week op proef kon meetrainen. Dat ging lekker. "Ze zeiden al na drie dagen dat ik waarschijnlijk een contract kreeg." Op de dag dat hij die zou gaan tekenen, sloeg op de training het noodlot toe. Voor de vierde keer scheurden zijn kruisbanden af.

Onvoorstelbaar. Klaar. Zelfs voor doorzetter Wellington betekende dit einde oefening. Zijn vrolijke stem klinkt ineens somberder. "Ik had nog wel een scan laten maken, hoopte op een wonder." Maar het wonder kwam er niet. Het was voor de zoveelste keer 'shit'. Hij was verdoofd, kon niet eens meer verdrietig of boos zijn. Hij wilde geen operatie meer. Het had geen zin.

Nog steeds voelt hij af en toe pijn, als hij lang moet staan bijvoorbeeld of een onverwachte beweging maakt. Maar het doet veel meer zeer dat hij nooit meer zal voetballen, ook niet op het trapveldje waar zijn vrienden 's avonds nog altijd spelen. Hij komt er niet meer, kan het niet aanzien. "Ik heb een hekel aan mijn knieën gekregen", zegt hij en voegt er gelijk aan toe: "Maar ik heb het geaccepteerd hoor. Er zijn mensen die veel ergere dingen hebben."

Naar WK kijken

Een nieuw leven, zonder voetbal. Dat is moeilijk voor Wellington. "Ik ben zoekende", zegt hij. Een opleiding heeft ie niet afgerond, alles moest wijken voor voetbal. Hij doet diverse baantjes om zijn geld te verdienen. Op dit moment brengt hij postpakketjes rond, op afroep. "Tijdelijk hoor, ik wil dit niet altijd doen."  

Hoe anders had het kunnen lopen.

"Als ik straks naar het WK kijk, zal ik soms wel denken dat ik daar had kunnen staan." Toch wil hij zoveel mogelijk wedstrijden zien. "Want ik hou van voetbal. En ik mis het, man. Ik mis het echt."

Het WK bij RTL Nieuws

RTL Nieuws volgt Oranje op het WK voetbal, een van de grootste evenementen ter wereld. We doen verslag van alle gebeurtenissen rondom het Nederlands elftal, maar uiteraard ook van de schaduwkanten van het toernooi in Qatar, zoals de behandeling van arbeidsmigranten en de rechten van vrouwen en de lhbti-gemeenschap.

Op deze WK-pagina vind je artikelen en video's, maar ook het programma van alle wedstrijden. Het WK begint op 20 november, op 18 december is de finale.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore